Tussen 17 maart en 2 april 2020 kan nog een keer SDE+ subsidie volgens de oude voorwaarden worden aangevraagd. De subsidietarieven die gepubliceerd zijn, liggen aanmerkelijk lager dan de subsidiebedragen die over het jaar 2019 waren vastgesteld.
De subsidiebedragen voor het voorjaar van 2020 zijn als volgt vastgesteld.

(Bron: RVO.NL)
De hoogte van de subsidie bedragen zijn vastgesteld op advies van het centraal planbureau voor de leefomgeving. In zijn advies neemt onderscheid het CPL vier categorieën:
- Installaties tussen de 15 KWp en 1 Mw
- Installaties groter dan 1Mw op gebouwen
- Installaties groter dan 1 MW die niet gebouwgebonden zijn
- Installaties groter dan 1 MW die zonvolgend en niet gebouwgebonden zijn
Er is onderscheid tussen deze vier categorieën gemaakt, omdat binnen de vier categorieën verschil is in zowel de aanschafkosten als de jaarlijkse exploitatiekosten.
Per categorie hebben ze een berekening gemaakt van de kostprijs van de duurzaam opgewekte energie. Hierbij is voor zonnepanelen rekening gehouden met een economische levensduur van 20 jaar. (Dus langer dan de subsidieperiode).
Het CPL heeft voor het voorjaar van 2020 de volgende subsidietarieven geadviseerd:
- Installaties tussen de 15 KWp en 1 Mw Eur 0,085 per KWh
- Installaties groter dan 1Mw, gebouwengebonden Eur 0,079 per KWh
- Installaties groter dan 1 Mw, niet gebouwgebonden Eur 0,074 per KWh
Bij de vaststelling van de hoogte van de subsidie die wordt uitbetaald, wordt rekening gehouden met de reguliere energieprijs van het kalenderjaar en de mate waarin de opgewekte energie is verbruikt of terug geleverd. De toegekende subsidie wordt namelijk niet volledig uitbetaald, maar daarop wordt een korting toegepast voor de waarde van de opgewekte energie.
Het CPL gaat er van uit dat de gemiddelde energieprijs over de periode 2020 tot 2034 voor Zon-PV Eur 0,044 zal zijn.
Wordt de opgewekte energie zelf verbruikt, dan hoeft over die energie een energiebelasting en opslag duurzame energie betaald te worden.
Deze besparing op de energie kosten worden gecompenseerd in de subsidie toekenning.
Deze besparing is als volgt berekend:
Bij volledige netleveringinstallaties tussen de 15 KWp en 1 Mw Eur 0,031 per Kwhinstallaties groter dan 1Mw, gebouwengebonden Eur 0,022 per Kwhinstallaties groter dan 1 Mw, niet gebouwgebonden Eur 0,022 per Kwh
Kostprijs Electriciteitwaarde Subsidiebetaling
Installaties tussen de 15 KWp en 1 Mw € 0,0850 € 0,0440 € 0,0410
Installaties groter dan 1Mw, gebouwengebonden € 0,0790 € 0,0440 € 0,0350
Installaties groter dan 1 Mw, niet gebouwgebonden € 0,0740 € 0,0440 € 0,0300
Bij zelf verbruik van energie
Subsidie betaling Correctie Netto Subsidie
Subsidie betaling Correctie Netto Subsidie
Installaties tussen de 15 KWp en 1 Mw € 0,0410 € 0,0310 € 0,0100
Installaties groter dan 1Mw, gebouwengebonden € 0,0350 € 0,0220 € 0,0130
Installaties groter dan 1 Mw, niet gebouwgebonden € 0,0300 € 0,0220 € 0,0080
Als deze bedragen afgezet worden tegen de vastgestelde subsidie bedragen in de afzonderlijke fasen, dan ontstaat het volgende beeld voor installaties kleiner dan 1 Mw:
(Installaties < 1 Mw)
Maximale subsidie Electriciteitwaarde Subsidie betaling
Bij volledige netlevering
Fase 1 € 0,0700 € 0,0440 € 0,0260
Fase 2 € 0,0800 € 0,0440 € 0,0360
Fase 3 € 0,1300 € 0,0440 € 0,0860
Bij zelf verbruik van energie
Subsidie betaling Correctie Netto subsidie
Fase 1 € 0,0260 € 0,0310 € -0,0050
Fase 2 € 0,0360 € 0,0310 € 0,0050
Fase 3 € 0,0860 € 0,0310 € 0,0550
n de najaarronde van 2019 was de eerste fase voor het aanvragen van de SDE+ subsidie overtekend. Voor die ronde had de overheid 5 miljard subsidie gereserveerd. In de voorjaarsronde voor 2020 heeft de overheid 2 miljard subsidie gerealiseerd.
Door de maximale subsidie in de 1e fase te verlagen naar 7 cent, zal het voor ondernemers die willen investeren in een installatie die een capaciteit heeft die lager is dan 1Mw financieel minder aantrekkelijk zijn om subsidie aan te vragen.
